De menstruatiecyclus wordt vaak gezien als een vaste en stabiele biologische functie die bestaat van de eerste maandstonden tot de menopauze. Maar het mechanisme ontwikkelt zich al heel vroeg en evolueert met de leeftijd. De vrouwelijke cyclus wordt beheerst door de hormonen en wordt geregeld door hun productie, die al in de kinderjaren begint.

Eicellen al aanwezig bij de geboorte

Een vrouw wordt geboren met een voorraad eicellen in haar eierstokken, meer bepaald in de Graafse follikels. De vrouwelijke voortplantingscellen vormen zich al tijdens de embryonale fase. Een groot deel daarvan verdwijnt voor de geboorte. Een tweede deel wordt nog tijdens de kinderjaren uit de eierstokken afgevoerd.

In de puberteit heeft een meisje tussen 300 000 en 500 000 eicellen, waarvan er zich ongeveer 400 volledig ontwikkelen tijdens de menstruatiecyclussen in de loop van haar leven.

Ligne_temps_Ev_cycl_menstr

De kinderjaren

De hormonale mechanismen die de menstruatiecyclus sturen, liggen stil tijdens de kinderjaren. Vanaf het 7de of 8ste jaar begint de productie van gonadotrofinen. Het gaat om het follikel stimulerend hormoon (FSH), luteïniserend hormoon (LH) en prolactine (PRL). Die hormonen worden afgescheiden door de hypofyse, een endocriene klier aan de basis van de hersenen. Tegelijkertijd verspreiden de eierstokken meer oestrogeen. Dat is de vegetatieve functie van de eierstokken, die het einde van de kindertijd inluidt.

De puberteit en de eerste menstruatiecyclussen

Tijdens deze periode blijven de eierstokken hun oestrogeenproductie opdrijven.
Het lichaam verandert: de borsten ontwikkelen zich en het schaamhaar begint te groeien. Dat zijn de eerste tekenen van de puberteit . De eerste maandstonden komen in theorie één of twee jaar later.

Over het algemeen is er geen eisprong tijdens de eerste menstruatiecyclussen. Dat zijn de zogenaamde anovulatoire cyclussen. Als het oestrogeengehalte in het bloed daalt, komt het baarmoederslijmvlies los en begint al een menstruatie .

In de eierstokken is de groeicyclus van de Graafse follikels en hun daaropvolgende transformatie tot geel lichaam nog niet begonnen. Het progestatieve hormoon (progesteron) wordt bijgevolg nog niet afgescheiden tijdens de eerste cyclussen.

De maandstonden kunnen verschillende maanden heel onregelmatig zijn of zelfs helemaal niet komen. Langzaam begint de hormoonproductie zich te stabiliseren, met meer regelmatige cyclussen en een eisprong tot gevolg.

Let wel:

bij sommige tieners kunnen de eerste menstruele cyclussen wel gepaard gaan met een eisprong.

Gebruik tijdens het vrijen dus altijd een voorbehoedsmiddel vanaf de eerste maandstonden!

Geslachtsrijpheid

Dat is de lange periode waarin de vrouw zwanger kan worden. Men spreekt hier van de generatieve functie van de eileiders. Deze periode begint vanaf de eerste menstruatiecyclus en eindigt met de laatste.

comment-evolue-le-cycle-menstruel-INTERNE

De premenopauze

Wanneer een vrouw veertig wordt, beginnen er hormonale storingen op te treden.

De follikels kennen een natuurlijke achteruitgang: ze sterven massaal en veel sneller af dan tevoren . De eisprongen worden onregelmatig.

Er wordt nog altijd oestrogeen afgescheiden, maar de bloedspiegel ervan is vaak veel lager. De symptomen van het oestrogeentekort zijn onder andere opvliegers en slaapstoornissen.

De menopauze

De menopauze betekent het einde van de menstruatiecyclussen na een periode van onregelmatige cyclussen. Uiteindelijk blijven de maandstonden op een dag voorgoed uit (amenorroe).

De eierstokken reageren niet meer zo gemakkelijk op de hormonen FSH en LH, die verantwoordelijk zijn voor de groei van de follikels en de eisprong. De weinige resterende follikels maken niet meer zoveel oestrogeen aan. Er vindt geen eisprong meer plaats en daardoor wordt geen progesteron meer aangemaakt in de eierstokken.

De concentratie eierstokhormonen is heel laag, maar de hypofyse blijft wel meer LH en FSH afscheiden. Het is trouwens uit een meting van het gehalte van het FSH-hormoon dat men kan afleiden dat de vrouw in de menopauze zit.

Article rédigé sous la direction du Dr Marie Mawet

Publicatiedatum : 11-01-2016