De eicelvoorraad of ovariële reserve is het aantal onrijpe eicellen (oöcyten) dat in de eierstokken aanwezig is. Het is een sleutelelement in de vrouwelijke vruchtbaarheid.

De menstruatiecyclus: even opfrissen

In de eierstokken zitten massa’s piepkleine kuiltjes, de zogenaamde follikels of eiblaasjes. In elke follikel zit een onrijpe eicel of oöcyt. Elke maand begint een aantal follikels (het follikelcohort) te rijpen tijdens de follikelfase – dat is in de eerste helft van de cyclus. Slechts een van de follikels komt tot volledige rijping en scheidt rond de 14e dag van de cyclus in een van de eileiders een eicel af (eisprong of ovulatie). Die eicel kan dan eventueel door een spermatozoïde bevrucht worden. Het zo gevormde eitje verplaatst zich daarna naar de baarmoeder om er zich in te nestelen (innesteling). (Meer info : De bevruchting in fases)

Wat is de eicelvoorraad?

Anders dan mannen bij wie het lichaam vanaf de puberteit continu nieuwe spermatozoïden aanmaakt, hebben vrouwen bij hun geboorte een vooraf vastgelegd aantal follikels (en dus ook oöcyten).

Die beginvoorraad van oöcyten, de eicelvoorraad of ovariële reserve, wordt tijdens het intra-uteriene leven opgebouwd (tijdens de groei van de baby in de baarmoeder) en krimpt daarna gestaag tot aan de menopauze. Tijdens het leven van een vrouw eindigen slecht 300 tot 400 follikels in een eisprong.

Aantal follikels volgens de leeftijd

5-7 miljoen in de vijfde maand van de zwangerschap
1 tot 2 miljoen bij de geboorte
400.000 in de puberteit/span>
25.000 op de leeftijd van 37,5 jaar
10.000 op de leeftijd van 40 jaar
1000 in de menopauze

Eicelvoorraad en kansen op een zwangerschap

De kans om zwanger te raken, is rechtstreeks gelinkt aan de eicelvoorraad. Hoe groter die is, hoe groter de kans op een zwangerschap. Met het ouder worden gaan het aantal en de kwaliteit van de oöcyten achteruit, al verschilt het tempo waarin de eicelvoorraad slinkt van vrouw tot vrouw. De gevolgen: de kans om zwanger te raken neemt af, het duurt ook langer om zwanger te worden en het genetisch risico op afwijkingen stijgt. Ook het aantal miskramen ligt hoger.

Meting van de eicelvoorraad

Als een koppel een kinderwens heeft en moeilijkheden ondervindt om zwanger te raken, stelt de arts een fertiliteitsonderzoek voor. Een van de onderzoeken bij de vrouw bestaat erin om de eicelvoorraad te meten. Daarvoor worden aan het begin van de cyclus twee testen gedaan:

Een bloedafname

  • Bloedafname tussen de derde en vijfde dag van de cyclus voor de gehaltebepaling van een aantal hormonen:
    • antimulleriaans hormoon (AMH): de waardebepaling van dit hormoon is de beste indicator voor de staat van de eicelvoorraad. Hoe lager de AMH-spiegel, hoe kleiner de voorraad oöcyten en hoe kleiner de respons op een eventuele stimulatie (bij medisch begeleide voortplanting). Een hoge AMH-spiegel kan dan weer wijzen op polycystische eierstokken;
    • follikelstimulerend hormoon (FSH): dit hormoon stimuleert de groei en de rijping van de follikels. Een verhoogde FSH-spiegel kan wijzen op veroudering van de eierstokken;
    • oestradiol: dit eierstokhormoon geeft de kwaliteit aan van het slijm dat de klieren van de baarmoederhals afscheiden;
    • inhibine B: een lage waarde wijst op een afname van het follikelcohort, dat is het aantal follikels dat in de follikelfase begint te rijpen.

Een endovaginale echografie

  • Endovaginale echografie: deze echografie wordt aan het begin van de follikelfase uitgevoerd (tweede of derde dag van de cyclus) om een telling van het aantal antrale follikels uit te voeren (TAF). Follikels kunnen primordiaal, primair, secundair, pre-antraal of antraal zijn, afhankelijk van het stadium van hun ontwikkeling. De follikels worden een voor een geteld om te zien in welk stadium ze zich bevinden. Alleen de antrale follikels – dat zijn de follikels die zich net voor het stadium van de rijpe follikel bevinden en die dus een eisprong kunnen uitlokken – komen in aanmerking.

Op basis van de resultaten van de onderzoeken, de leeftijd van de patiënte, haar algemene gezondheidstoestand en haar medische voorgeschiedenis kan de arts de grootte van de eicelvoorraad bepalen. Indien nodig zal hij de patiënte doorverwijzen naar een centrum voor medisch begeleide voortplanting voor een meer specifieke behandeling.

Niet te verwarren: follikels, oöcyt en eicel

Een oöcyt is een eicel vóór het stadium van de rijping. Elke oöcyt zit in een follikel of eiblaasje in de eierstokken.
Elke maand komt een follikel (met daarin een oöcyt) tot rijping. Als de follikel rijp is, barst hij open en komt de eicel (of rijpe oöcyt) vrij in de eileider.
Die follikel met de rijpe eicel wordt Graafse follikel genoemd.

Bijschrift : 1. Oöcyt / 2. Follikels (Graafse follikel)  / 3. Ovaria / 4. Eileiders / 5. Corpus luteum

Dit artikel werd geschreven onder de leiding van dr. Gautier Vandenbossche, gynaecoloog in het CHU van Luik
Bronnen : Collège national des gynécologues et obstétriciens français (CNGOF). Place actuelle de la réserve ovarienne dans le bilan et la prise en charge d’une infertilité. 2011 - Ubaldi, Placenta 2003; 24
Publicatiedatum: 22-02-2018